19 december 2010

Business as usual

Maandag 15 november

We zijn opgestaan en ontbijten. Eergisteren had ik ’s avonds een overheerlijk toetje uit het Franse rantsoendoosje. Dat zit er in het onze niet bij. Stom om daar twee dagen later nog met plezier aan terug te denken. De viertonner (vrachtwagen) van de herbevo wordt gelost. De mannen maken een rijtje en alles gaat vlug de container in. Wat veel water zeg.


Ik scheer me even met m’n scheerapparaatje op batterijen. Ik heb dat ding gekocht toen ik in militaire dienst ging in september 1985. Ongelooflijk dat ik dat ding nog steeds als reservist gebruik.


Met de smo bespreek ik de bestellijst. Met de MB gaan we naar Karang. Tegen alle chauffeurs zeg ik, dat het ook een toeristisch ritje is. Als ze willen stoppen om iets te bekijken of te fotograferen, dan is dat prima. De een maakt daarvan uitgebreider gebruik dan de ander.

Met deze chauffeur loop ik door het stadje. Ik wil een foto nemen van een slager. Ik vraag eigenlijk altijd of het goed is als ik mensen wil fotograferen. Deze wil er CFA 1.000 voor hebben en dat heb ik er niet voor over. Een eindje verderop zit nog een slager en die vindt het wel goed. Ongevraagd geef ik ‘m CFA 100 en hij lacht z’n tanden bloot. Nog voor geen goud zou ik dat vlees eten: vliegen zwermen eromheen.




















Ik maak een praatje met de soldaat. Dit werk in Némanding vindt hij prachtig. Gelukkig maar, want op Schiphol was er desinteresse. De jongens hebben er wel lol in gekregen. We fotograferen nog wat, kopen wat we nodig hebben, keren de MB en rijden terug. Onderweg stoppen we bij termietenheuvels.


Om 10h zijn we weer terug - koffie. De mannen van de viertonner doen een bakkie mee en vertrekken dan. Voor het donker terug zijn op het CSS, want de wegen zijn slecht en de kok kookt goed.

De metselaar wil nog meer zand voor stenen. Ik heb zo m’n twijfels maar ga erin mee. De hoeveelheid stenen groeit en groet; waar moet dat allemaal in? We gaan het zien.


M’n idee om later dan de genisten te vertrekken, wordt stelliger. Ik sms Raymund om hierover te overleggen. Het verpleeggebouw zal niet op tijd klaar zijn en ik wil er zo lang mogelijk bij zijn.

Mw. Ndiaye is met haar man naar familie in Dakar gegaan. Dat komt wel goed uit, want de kraamkliniek is klaar en de genisten willen verder met de woning. Alle gereedschappen worden versjouwd terwijl een paar de puntjes op de i zetten bij de kraamkliniek. Hun werk loopt goed, ze leveren kwaliteit en ze liggen op schema. De smo stuurt strak aan, corrigeert waar nodig en voorkomt dat het te speels wordt.

Ik heb een paar dagen terug veel geld meegegeven aan de elektricien voor de zonne-energie-installatie, aan de smid voor 6 metalen deuren en veel hand- en sluitwerk, en aan de timmerman voor het dak. Ze zijn met de noorderzon vertrokken. Vandaag er maar weer ‘ns naar vragen. ‘Vanmiddag komen ze…’ We zullen zien.

Vervolgens heeft de metselaar een kruiwagen nodig. Ik wil niet dat er gebruik gemaakt wordt van het materieel van de genisten. Omdat we zelf ook extra verf en houtplaat nodig hebben, gaan we weer met de MB naar Karang. De manschappen krijgen dit ritje ook als uitje. In dit geval rijdt de korporaal. Ik geef ‘m alle gelegenheid om te stoppen, te fotograferen of rond te kijken. Hij geniet er echt van. We kopen de spullen. De metselaar stoppen we onder de houtplaten en met open achterdeur rijden we terug.


Kinderen spelen op de schommel. Er wordt me lokaal eten (rijst met vis en met een vleessaus) aangeboden. Ik bedank ervoor met als reden dat het ons verboden is om lokaal voedsel te eten. Dat is blijkbaar aanvaardbaar; we beledigen er niemand mee.


Overmorgen is het Offerfeest. Iedereen is met schapen aan het zeulen. Dan zal alles plat gaan, geen arbeiders, winkels dicht. Het komt slecht uit, maar het is maar één dag. Ik vraag aan een paar dorpelingen of het bezwaarlijk is dat wij doorwerken die dag en dat is het niet.

Ik heb een bankje gepakt en zit daarop. Ik ga niet in de enige stoel zitten. Ik krijg er niet goed hoogte van wat de genisten ervan vinden dat ik niet met hen meewerk, niet met m’n handen werk en veel zit te schrijven. Ze zullen het wel normaal vinden - ik ben immers kapitein.

Er is geen waswater in de teilen en aan het eind van de middag willen de genisten zich wassen. Ik vraag ernaar bij Mamadoe. Onmiddellijk worden de drie bonnes geroepen, en die putten vaatje na vaatje uit de 15m diepe waterput in grote teilen. Als de teil vol is, wordt die op het hoofd gezet. Vrouwen moeten hard werken en dat begint al op jonge leeftijd. Mannen doen hier niets huishoudelijks. Vrouwen die het iets beter hebben, zoals mw. Ndiaye doet ook niets - die commandeert de bonnes om eten te bereiden, de afwas te doen, kleren te wassen, te poetsen ook al stelt dat niet veel voor want het huis is goor.





Een zogenaamd Perzisch raam is zo verroest, dat we het beter kunnen vervangen. Maar de smid komt vrijdag pas. Ik schud de dikke Mamadoe wakker en vraag te regelen dat de smid uit Toubacouta morgenochtend komt. Ik ben benieuwd. De smo, die een smid, een elektricien, een metselaar, een timmerman aan het werk gezien heeft, vat het mooi samen: ‘Allemaal specialisten en allemaal broddelwerk.’ Tja, dit is Senegal! Ik heb er toch wel lol in hoe het allemaal gaat.

De schilder vertelt dat het hele dorp nu weet dat er muskietengaas in de kraamkliniek is. Voorheen wilden de vrouwen hier niet slapen en nu wel! Onze missie is geslaagd!

De mannen vinden het een beetje onzin om het huis van de verpleegster op te knappen. Ik leg uit dat we dit moeten doen omdat zonder haar hier op locatie de hele boel inzakt, en dat er dan geen zorg meer geboden wordt.

’s Middags worden de vrachten zand gebracht. Toen de zandauto wegreed, raakte hij de poort: de kolom stond scheef en de muur was gescheurd. Dat gaf een hoop consternatie. Ik neem poolshoogte bij het gekrakeel. Er verzamelen zich wel 15 tot 20 mannen. Na een half uurtje keert de rust weer. De zandtransporteur zal een vergoeding betalen en de metselaar zal het werk doen. Ze zullen materialen gebruiken die ik betaald heb, waar ik verder geen probleem van maak.


Ook komen die middag de gordingen en de dakplaten. Dat ligt bovenop een busje. Ik begrijp waarom ik er geregeld ondersteboven langs de kant van de weg heb zien liggen: topzwaar beladen en omgekiept. Bijzonder snel wordt alle hout en blik afgeladen. Is tijd hier geld?



Iedereen weet dat er geen bezoek komt, dus dat ’s avonds de La Gazelles gedronken zullen worden. De grote witte koelkast staat al de halve dag aan. Na het eten worden de halveliterflessen gepakt en ik mag de eerste hebben. Blijkbaar is dit de manier waarop de mannen hun waardering uiten want ‘dankuwel’ zeggen ze niet. Ik zeg dat ze voor hen zijn en dat ik graag de laatste krijg. De alcohol komt stevig binnen bij me. Blijkbaar ook bij de anderen, want ze worden luidruchtig.

Er zijn vrouwen water aan het putten. De vleselijke kwaliteiten worden ingepast in sexuele aspiraties. Gelukkig voegen ze niet de daad bij het woord, want dat kan natuurlijk niet. De avond verloopt geanimeerd. Pas om half elf ligt iedereen plat.

Om half twaalf word ik wakker van een smerige rook. Eerst maar even plassen. De wachter heeft het grote wasrek naar buiten gesleept en ingericht als bed. En daarnaast is hij van alles en nog wat aan het verbranden, waaronder kunststof. Ik vraag ‘m om het vuur te doven en op z’n vertrouwde plekje te gaan zitten. Zowaar begrijpt hij me - ik had niet verwacht dat hij frans zou verstaan.